Kippenhok Konijnenhok Duiventil Volière Overige Konijnenhok kippenhok Home index Dierenverblijven Dierenverblijven kippenhok konijnenhok hondenhok Hondenhok


konijnenhok
duiventilkippenhok
volliere
hondenhok
geitenhok

Schapen

Op deze pagina vindt u een groot aantal schapenrassen. Voor meer informatie over bepaalde rassen kunt u het beste contact opnemen met de rasvereniging. Bijna voor alle rassen is wel een specifieke rasvereniging.

Barbados Black Belly


Groot, smal schaap, afkomstig van de Caribische eilanden Barbados en Aruba. Bruin haarschaap met zwarte aftekeningen (black belly = zwarte buik).

Ondanks vroege rijpheid doorgroei tot tweejarige leeftijd. Volwassen rammen wegen ca. 70 kg, ooien 50 tot 55 kg. De belangrijkste eigenschappen zijn geringe vetaanzet en grote vruchtbaarheid. Aflampercentage 300 tot 500%. Drielinglammeren wegen 3 - 3½ kg en groeien ca. 180 gram per dag. De ooi heeft dan veel krachtvoer nodig. Niet-zogende dieren zijn heel sober. Het ras kent geen bronstseizoen en is geschikt voor de z.g. jaar-rond productie.

 

Black Welsh Mountain


De Black Welsh Mountain heeft zijn oorsprong in Wales. De eerste beschrijvingen dateren uit de middeleeuwen. Naast de vruchtbaarheid, goede moedereigenschappen, snelle groei en een goed aanpassingsvermogen zijn er nog twee zeer belangrijke waardevolle eigenschappen, nl. een bijna ongelooflijke weerstand tegen huidmaden (myasis) en een natuurlijke weerstand tegen rotkreupel. De wol is zwart, kort, dik en stevig, geen kemp (dode wol).

 

Bluefaced Leicester


De Bluefaced Leicester behoort tot de zwaarste en vruchtbaarste rassen van Groot-Brittannië. Drielingen komen zonder geboorteproblemen ter wereld. Gemiddeld lammerpercentage is dan ook 250 %. Dit schaap bezit goede moedereigenschappen en heeft voor meerlingen de noodzakelijke hoge melkproductie. Het karakter is rustig en vriendelijk. Het dier laat zich makkelijk verzorgen en is snel vertrouwd met z'n verzorger. De wol is fijn, dicht, half glanzend, bij uitstek geschikt om te mengen met bijv. mohair.
 

Cambridge


Geschiedenis:
De Cambridge is ontstaan uit 12 vruchtbare rassen door een gezamenlijk fokbeleid van plaatselijke boeren en de Universiteit van Cambridge. Het fokprogramma bestaat vanaf 1964. In 1988 zijn de eerste schapen naar Nederland gehaald.

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen:
Sterke punten: vruchtbaarheid, groei, gebruiks- en moedereigenschappen. De Cambridge kan een drie- of vierling zelf zogen.

 

Castlemilk Moorit


De Castlemilk Moorit is ontstaan uit de kruising van Moorit Shetland ooien (moorit is lichtbruin) met Moeflon en Manx Loghtan rammen, in het begin van de 20ste eeuw op het landgoed Castlemilk in de nabijheid van Lockerbie en Dumfries. Het is het zeldzaamste schapenras van Groot-Brittannië: momenteel zijn er ongeveer 200 schapen. Het kleine formaat en rustige karakter maakt het ras populair. Typische kenmerken zijn de moeflon aftekening, de platte hoorns en de lichtbruine (moorit) kleur.
 

Coburger Vos


De Coburger Vos is een middelgroot schaap, afkomstig uit het voormalige hertogdom Saksen-Coburg-Gotha in Beieren/Thüringen. De kop is smal met een bol profiel, de oren zijn breed, iets hangend.

Op de kop en de poten zit geen wol,maar een roodbruine beharing. De wol is glad, aan de binnenzijde roodbruin gekleurd. De door en door roodbruine lamswol is geschikt voor ongeverfde thuis-spinnerij. Zowel rammen als ooien dragen geen horens. De wolproductie variëert van ca. 4 kg (ooi) tot ca. 5 kg (ram). Het ras is laatrijp met een aflampercentage van 140%. Het gewicht ligt tussen 55 tot 65 kg (ooi) en 80 tot 90 kg (ram). Dit sobere landschaap, dat zich gemakkelijk aanpast aan wisselende omstandigheden staat op de lijst van zeldzame huisdierrassen.

 

Clun Forest


Geschiedenis:
De Clun Forest is in het midden van de vorige eeuw in Groot Brittannie ontstaan. De naam Clun Forest verwijst naar de bossen(forest) rond het plaatsje Clun waar het ras veel voorkwam. Mede door zijn grote aanpassingsvermogen werd het al gauw een zeer populair ras.

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen:  De Clun Forest is een vlees/wolschaap, waarvan de fiere houding, de zwarte rechtopstaande oren alsmede de zwartbruine kop de meest opvallende kenmerken zijn. De vacht is van goede kwaliteit en wordt veel gebruikt om mee te breien. Het is een vruchtbaar ras en de ooien lammeren makkelijk, waardoor ze maar zelden hulp nodig hebben bij de geboorte.

 

Devon & Cornwall Longwool

De Devon Longwool en de Cornwall Longwool zijn in 1977 samen opgegaan in één ras, nl. de Devon & Cornwall Longwool. De verschillen tussen deze rassen zijn altijd al zeer klein geweest. Ze produceren een uitstekend bevleesd karkas (levend gewicht 150 kg) met eveneens een hoge wolopbrengst van 20 kg, slechts geweid op gras en stoppelgewas. De worpgrootte is 160 % zonder aflamproblemen
 

Dorset Horn


De Dorset Horn is één van de oudste Britse rassen. Het eerste stamboek dateert van 1891. Vanaf begin 1900 is het ras over Groot-Brittannië verspreid en recenter ook over Europa. Hieruit blijkt, dat het ras in alle mogelijke klimaten kan gedijen. Het aflampercentage van volwassen ooien is170 %. Ze kunnen 3 keer per 2 jaar aflammeren: dit is uniek voor een Brits ras. De vrouwelijke dieren staan al vroeg ter dekking. Snelle jeugdgroei. Volwassen gewicht van de ooien is 85 kg, rammen 120 kg. Het is een erg makkelijk ras en kan uitstekend gemolken worden. De witte wol is van hoge kwaliteit. De huidkleur is roze met wit hoofd, benen en oren.
 

Drentse Heideschaap

 

 

 


Geschiedenis:
Het Drents Heideschaap is het oudste schapenras van het vaste land van West-Europa.Het is waarschijnlijk met emigranten vanuit Frankrijk meegekomen en komt vanaf ongeveer 4000 v.Chr. in Drente voor. Het Drentse Heideschaap is in staat te leven op schrale heidegronden en werd aanvankelijk gehouden voor zijn mest. Deze mest werd gebruikt om de schrale gronden vruchtbaarder te maken. Door de introductie van kunstmest werd deze taak overbodig en omdat het heideschaap verder weinig productief is verviel zijn economische belang en raakte het uit de gratie.Het uitsterven van het Drentse Heideschaap leek nog maar een kwestie van tijd, maar gelukkig werd er in 1948 in Ruinen een kudde gesticht. Deze werd samengesteld uit restanten van verschillende kuddes en kwamen van enkele particulieren.

Door de inspanningen van Stichting Zeldzame Huisdierrassen(SZH) en het in 1985 oprichten van de Nederlandse Fokkersvereniging het Drentse Heideschaap, lijkt de toekomst van het Drentse Heideschaap beter gewaarborgd. Met zijn ongeveer 3000 geregistreerde dieren blijft het een zeldzaam ras dat de nodige zorg en aandacht verdient.

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen:

Het Drents Heideschaap wordt gekenmerkt door een rechte neus, staat rank op de poten en tussen de hoorns ziet men vaak een wollig kuifje. De ooien zijn horenloos, dragen stikken of grotere hoorns. De rammen zijn altijd gehoornd. De kleur van de vacht is wit tot crème, bruin of zwart. De kleur van de kop- en pootbeharing kan variëren van wit, lichtbruin tot zwart. De wolopbrengst is 1 tot 2 kg per dier. Het werpt meestal 1 lam, maar bij betere voeding zijn tweelingen geen uitzondering. Het aflammeren gaat makkelijk en de moederzorg is goed

 

Duitse Zwartkop

De Duitse Zwartkop, ook wel Zwartkop Vleesschaap genoemd. Ontstaan rond de eeuwwisseling door kruisingen tussen het Landschaap de Oxford- en de Hampshire Down in Oost-Pruisen en Nordrhein Westfalen. De vornaamste raseigenschappen zijn: zéér lange bronst waardoor ze in staat zijn 3 maal in 2 jaar te lammeren met gemiddeld 2 lammeren per worp. Snelle jeugdgroei. Met 110 tot 130 kilo is het volwassen gewicht van de ram zeer hoog. Ooien bereiken een gewicht van 70 tot 90 kilo. Dit uitstekende kuddedier gedijt goed onder alle weersomstandigheden en op elke bodem.
 

Hampshire Down


Geschiedenis:
De Hampshire Down is rond 1800 ontstaan in het Engelse graafschap Hampshire. In die tijd had men behoefte aan een hard en sober, sterk en vruchtbaar soort schaap, dat in staat was om in het ruwe, slechte weer in de doorgaans koude en winderige heuvels van het graafschap te overleven. Daarnaast moest het een goede kwaliteit vlees bezitten. Zodoende is de Hampshire Down ontstaan.

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen:

De Hampshire Down is een laagbenig, geblokt, lang en ruim bespierd vlees-wolschaap.Het meest opvallende en in het oogspringende aan de Hampshire Down is de behaarde kop en de zwarte neus en oren, waardoor hij een vertederende uitstraling heeft. Door zijn gemoedelijke karakter is het een makkelijk en plezierig te houden schaap. De ooien kennen een lange bronst, van juni tot wel in februari.

De ooien lammeren in principe makkelijk.

 

Hebridean

De herkomst is de eilandengroep Hebridean, die liggen ten westen van Schotland. Het behoort tot de oudste schapenrassen in de U.K. Ze zijn zeer populair als parkschaap. Het is een zeldzaam ras. Ze hebben 2 tot 6 horens, die links en rechts symmetrisch zijn. Het is een hard schaap dat kan overleven op arme grond. De Hebridean kan standweiden goed verdragen.
 

Heidschnucke


Een tamelijk klein, lichtgebouwd schaap, oorspronkelijk afkomstig uit Niedersachsen in Duitsland. Kenmerkende kop met lichtgebogen profiel en onbewolde kruin. Beide geslachten zijn gehoornd. Wolproductie: ca. 2 kg (ooi) tot ca. 3,5 kg (ram). De kleur is grijs (Lüneburger Heide) of wit (Oldenburger Münsterland). Kop, poten en staart zijn onbewold en bij de grijze variëteit zwart. Aflampercentage 100 %. Gewicht van de ooi bedraagt 45 tot 50 kg oplopend tot 60 à 75 kg bij de ram. Sober heideschaap, vlees heeft lichte wildsmaak.
 

Herdwick


De Herdwick is afkomstig uit het berggebied van het Engelse Lake District. Kenmerkend zijn de witte kop, mooie blauw-grijze vacht en de stevige poten. De rammen hebben fraai gekrulde horens. Lammeren worden zwart geboren en in hun levensloop steeds iets grijzer. Mw. Beatrice Potter -bekend door haar dierenverhalen- heeft door het aankopen van een aantal boerderijen in het Lake District dit ras in het begin van deze eeuw gered. Sinds 1996 is het ras in Nederland.

 

 

Jacobschaap


Geschiedenis:
Uit onderzoek is gebleken dat het Jacobschaap afstamt van zeer oude schapenrassen. Het Jacobschaap ontleent zijn naam aan het bijbelse verhaal over Jacob, die als loon voor zijn werken alle gevlekte schapen uit Labans kudde mocht afzonderen en behouden. Door gebrek aan belangstelling is dit dier enige tijd bedreigd geweest, hetgeen nu gelukkig niet meer het geval is.                              

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen: Opvallend aan het Jacobschaap zijn, buiten de gevlekte vacht, natuurlijk de aparte horens. Hij heeft er vaak meerdere aan 1 kant. Ze kunnen echter ook ongehoornd voorkomen. Het Jacobschaap is een sober dier met een goede vruchtbaarheid en de ooien lammeren makkelijk.

 

Kameroen


De Kameroen komt oorspronkelijk uit Afrika. Het behoort tot de kortstaartige haarschapen en vormt in de winter slechts een bescheiden wol-achtig vachtje. De ooien zijn hoornloos, de rammen dragen vrij korte, zware horens. Zeer opvallend bij de ram is de grote, harige baard aan de hals. De meest voorkomende kleur is bruin met zwarte aftekeningen. Het is een sober schaap wat niet geschoren hoeft te worden. Vruchtbaarheid 175 %.

 

 

Karakul


Een middelgroot vetstaartschaap oorspronkelijk afkomstig uit het Russisch-Afghaanse grensgebied, maar naar andere steppegebieden in Zuid-Amerika en Namibië geëxporteerd. De kop is lang en smal, de hangoren breed en lang. Onderhuids weefsel van de staart dient als opslag van enkele kilo's vet. De wolopbrengst variëert van ca. 2 kilo bij de ooi tot ca. 3½ kilo bij de ram. De wolkleur kent schakeringen van vaalgrijs tot zwartbruin, kop en poten onbewold met zwart beharing. Wol van pasgeboren lammeren heet "persianer". Rammen zijn gehoornd. Lange levensduur, aflampercentage 100%. De ooien wegen van 40 tot 50 kilo, de rammen 60 tot 70 kilo. Vlees heeft wildsmaak.

 

 

Kärntner Brilschaap

 

Een middelgroot schaap, oorspronkelijk afkomstig uit Karinthië, tegenwoordig vooral uit Beieren. De kop is smal met bol profiel, onbewolde kruin en lange, vlezige hangoren. Beide geslachten zijn ongehoornd. Wolproductie van de ooi is ca. 4 kilo tot ca. 6 kilo van de ram. De kleur is wit met zwarte oorpunten. Aan de zwarte vlekken om de ogen ontleent het ras zijn naam. De vacht is glad en daardoor waterafstotend. Aflampercentage 150%. Het gewicht loopt uiteen van respectievelijk 55 tot 60 kilo voor de ooi tot 75tot 80 kilo voor de ram. Sterke klauwen, gehard schaap.

 

 

Leicester Longwool


De Leicester is een groot, actief schaap, oorspronkelijk afkomstig uit de Midlands in Engeland. Vrijwel elk schapenras dankt enkele van zijn eigenschappen aan de Leicester. Het ras werd veel als kruisingsram gebruikt t.b.v. vleesproduktie en wolkwaliteit. Het is een zeer zeldzaam ras. De rammen wegen ca. 150 kilo, ooien tot ca. 100 kilo. Vachten wegen gewoonlijk ca. 5½ tot ruim 8 kilo, maar tot 14,9 kilo is voorgekomen. De vacht is lang en van buitengewone goede kwaliteit. De kleur is wit ,de neusgaten donker en de oren blauw met soms zwarte vlekjes. Diep en lang lichaam. Benen wit behaard of bewold, voeten donker. Scrapie komt niet voor in het ras.
 

Lleyn


De Lleyn is een melkschaap uit North Wales. Direct na de Tweede Wereldoorlog werd het ras met uitsterven bedreigd. In 1970 is het stamboek opgericht, waarna de Lleyn het productiefste schapenras van Engeland geworden is. Tweemaal als beste ras genomineerd. Blinkt uit in soberheid, hoge vruchtbaarheid, uitstekende moedereigenschappen. Het heeft een hoge wolkwaliteit, hoge melkopbrengst, lange bronst en is vroeg slachtrijp. Het is veelzijdig en voor kruisingen het ideale ras.
 

Manx Loghtan


De Manx Loghtan komt van het Britse eiland Man. Het is ontstaan uit een reeks bergrassen die voor de 18e eeuw door Schotland, Wales en de Britse eilanden zwierven. Iedere streek stelde zijn eigen eisen, zo ook het eiland Man. Ze hebben 2 tot 6 horens, die links en rechts symmetrisch zijn. De Manx Loghtan en de Castlemilk Moorit hebben als enige "rode wol". Het is een hard en sober schaap met een bijzonder aanhankelijk karakter.
 

Mergellander


Geschiedenis:
De Mergellander dankt zijn naam aan een grondsoort; mergel. Deze kalkachtige ondergrond treft men aan in de gelijknamige mergelstreek die ligt in het oosten van Belgisch Limburg, het noorden van Luik en in zuiden van Nederlands Limburg. Op deze schrale klakgraslanden kwam de Mergellander begin deze eeuw nog veel voor. De schapen voorzagen de boeren van wol, vlees en vooral van mest om de schrale gronden te bemesten. Het ras werd in de eerste plaats verdrongen door het gebruik van kunstmest. Hierdoor werden ze overbodig als mestleverancier en verdwenen van het toneel om plaats te maken voor meer productieve rassen. Dat de Mergellander nu nog bestaat is vooral te danken aan de Nederlandse vereniging “Oos Mergeland Sjaop”.

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen: De Mergellander is een middelgroot schaap met opgeheven kop; dit geeft het zijn fiere uitstraling. De dieren hebben een vacht van lange golvende roomwitte tot geelachtige wol. Een eigenaardigheid aan de wol van een Mergellander is dat deze niet krimpt bij het wassen. De huid van kop en poten is vuilwit overgoten met een zwartbruin vlekkenpatroon. De ooien lammeren in regel zonder problemen af en werpen gemiddeld 2 lammeren.

 

Moeflon


De Moeflon is een oerschaap.

Het ras heeft een typische tekening: bruine rug, witte buik, bruin-witte aftekening op de kop en een witte achterhand.

De rammen hebben manen en grote gedraaide horens.

 

 

North Ronaldsay


Een klein, fijngebouwd Noord Europees kortstaart schaap. Zeer oud primitief ras afkomstig van het noordelijkste eiland van de Orkney Eilanden ten Noordoosten van Schotland. De rammen dragen spiraalhorens, de ooien over het algemeen kleine horentjes. De staart is van nature kort. De vacht is voornamelijk wit en grijs en weegt doorgaans iets meer dan een kilo. Zwart en moorit (heiderood) komen ook voor. Witte en moorit wol benadert de fijnheid van Shetland wol. Grijze wol is aanzienlijk grover. Het ras is zeer winterhard en uiterst vruchtbaar. Twee- en drielingen zijn geen uitzondering. Het zeer smakelijke vlees is van hoge kwaliteit. Een bijzonder aandachtspunt is de extra gevoeligheid van het schaap voor kopervergiftiging.
 

Ouessant


Geschiedenis:
Het Ouessant is afkomstig en genoemd naar het voor de westkust van Bretagne gelegen eiland Ouessant. Tot aan het begin van de vorige eeuw verbleef het originele Ouessant schaap op het eiland, na 1920 is het daarvan verdwenen. Door initiatief van particulieren is het Ouessant voor uitsterven behoed.

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen: Het Ouessant is een van de kleinste schapen rassen ter wereld. Hij lijkt onder andere ook veel op de uit de Baltische landen en Oost-Pruisen afkomstige Skudde. De schofthoogte van de rammen is ongeveer 49 centimeter en van de ooien ongeveer 45 centimeter. Mede door de geringe afmetingen zijn ze zeer populair in Nederland en steken daarbij de dwerggeit naar de kroon. Ze komen voor in de kleuren, wit zwart en bruin. De rammen hebben gedraaide horens.

 

Rackaschaap


Geschiedenis:
Al duizenden jaren kent men schapen met zijwaarts geplaatste schroefvormige horens en lange staarten, dit zijn waarschijnlijk afstammelingen van OVIS VIGVEI het wilde schaap uit Midden - Azië Waarschijnlijk stamt het Hongaarse Rackaschaap ook af van dit schaap. Het zou ten tijde van volksverhuizingen van stammen als Avaren, Petschenegen, Jazijgen en de Hunnen in Hongarije terecht zijn gekomen.

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen:  De Racka is een sober en enigszins schuw ras dat uitstekend bestand is tegen de elementen. Zowel rammen als ooien hebben prachtige horens die gedraaid zijn en schuin omhoog worden gedragen. Dit geeft ze een trotse houding. Bij de rammen worden de horens wel 50 centimeter lang. Ze komen voor in de kleur wit, bruin en zwart.

 

Scottish Blackface

De Blackface is in aantal het grootste ras in Schotland en Ierland. Het ras is gehoornd met een zwart of zwart-wit hoofd en benen. De vacht is vrij van zwarte haren en wordt gebruikt voor de Westminster en Axminster tapijten. Het schaap overleeft probleemloos in de bergen of op schrale grond en brengt daar haar lammeren goed groot. Worpgrootte 1,3.
 

Schoonebeeker

 

 

 

 


Geschiedenis:
In de provincie Drenthe komt naast het Drents Heideschaap ook het Schoonebeeker Heideschaap voor. Genoemd naar de plaats Schoonebeek in het zuidoosten van Drenthe. In deze veenstreek is de Schoonebeeker waarschijnlijk ontstaan uit het Bentheimer schaap, dat direct over de grens in Duitsland werd gehouden. De Schoonebeeker heeft een ontstaangeschiedenis die minder ver terug gaat dan dat van het Drents Heideschaap. Het is echter onduidelijk of het Drents Heideschaap een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van de Schoonebeeker.  Het economische belang van de Schoonebeeker voor de schapenhouderij in Drenthe ontstond toen de kunstmeststoffen hun intrede deden. De voedselarme gronden werden vruchtbaarder en het schrale Drents Heideschaap moest plaats maken voor het grotere Schoonebeeker Heideschaap. De bloei duurde maar kort, want als snel werd de Schoonebeeker verdrongen door modernere rassen en met uitsterven bedreigd. Uiteindelijk was er in Westerbork nog een kleine kudde over. Dankzij de eigenaar is de Schoonebeeker bewaard gebleven. Nadat er meer aandacht kwam voor het lot van de Schoonebeeker en zowel de Stichting Zeldzame Huisdierrassen en de in 1985 opgerichte Nederlandse Fokkersvereniging het Drentse Heideschaap zich om het ras gingen bekommeren, ging het langzaam maar zeker beter met dit ras. Er zijn momenteel ongeveer 1900 geregistreerde dieren. 

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen: De Schoonebeeker is het grootste heideschaap in Nederland. Kenmerkend is de hoogbenigheid en de lengte in de romp. Beide geslachten zijn ongehoornd en vertonen een zogenaamde Romeinse neus. De kop is lang en smal met een enigszins brede muil. De oren zijn groot en hoog aan de kop geplaatst. Kop en poten zijn vrij van wol. De staart is bewold en reikt tot beneden de hak De dieren worden vrijwel altijd geboren met scherpe licht/donker contrasten. Alle kleuren zijn mogelijk, waaronder smodde, bont, lichtvos, gemengd vos, donkervos, zwartbles en zwart. Op kop en poten blijven deze kleuren zichtbaar als de dieren ouder worden. De vachtkleur is vuilwit of zwart. Soms zijn donker gekleurde vlakken in de uitgegroeide wol zichtbaar. Ooien werpen vaak eenlingen, maar tweelingen vormen zeker geen uitzondering.

 

 

Shetlandschaap


Geschiedenis:
Over de oorsprong van het Shetland-schaap bestaat geen zekerheid. Het is waarschijnlijk verwant aan de kortstaart Noorse Spealsau. De Vikingen brachten deze dieren meer dan 1000 jaar geleden naar Shetland. Mogelijk zijn ze gekruist met reeds op de eilanden aanwezige schapen van een kortstaart Soay-type. Door het eeuwenlange betrekkelijke isolement van Shetland bleven de oorspronkelijke kenmerken bewaard.

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen: De Shetland staat te boek als een primitief schaap, als een niet "verbeterd" ras. Hij is niet zo groot en raszuivere Shetland-dieren zijn klein, met fijne botten.  De natuurlijke kenmerken zijn, winterhardheid, probleemloos lammeren, lange levensduur en een buitengewoon fijne vacht. De ram is doorgaans gehoornd, de ooi niet, hoewel hoornloze rammen en ooien met hoorntjes ook voorkomen. De brede variatie in kleuren en de fijnheid onderscheiden Shetland wol van andere soorten wol

 

Shropshire


De middelgrote goedgebouwde Shropshire is actief en alert. De wol is wit, de kop en de poten zwart. In de 19e eeuw voortgekomen uit diverse rassen uit de Westelijke Midlands en het grensgebied met Wales. Zij passen zich gemakkelijk aan aan klimaat en grondsoort. Zij doen het goed zowel in het laagland, op grotere hoogte en in een vochtig klimaat. De goed bevleesde Shropshire weet goed te gedijden op een mager dieet, zonder veel bijvoeding. De rammen zijn gehard en bereiken een hoge leeftijd. De ooien zijn uitstekende moeders met een goede melkgift en brengen tweelingen moeiteloos groot. De fijne dichte vacht is van hoge kwaliteit en weegt gemiddeld 3 tot 4 kilo. De vezel bereikt een lengte van 10 centimeter. Een ideaal ras voor de efficiënte fokkerij.
 

Skudde schaap


Geschiedenis:
Het Skudde schaap werd oor-spronkelijk gehouden in Oost Pruisen, de Zwitserse Alpen en het Baltisch gebied. Het is een zeer oud landras dat bijna is uitgestorven. Momenteel zijn er in Europa nog ongeveer 1000 schapen.           

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen:  Het Skudde schaap is een klein en sober ras, dat makkelijk te houden valt. De schofthoogte ligt tussen de 50 en 60 centimeter. Ze komen voor in de kleuren wit, grijs, bont, goudbruin en zwart. De wol is geschikt om mee te spinnen. De rammen hebben gedraaide horens en ook de ooien kunnen gehoord zijn. Opvallend aan dit ras is dat ze voortdurend bronstig kunnen zijn en zodoende het hele jaar lammeren kunnen werpen.

 

 

Soay schaap


Geschiedenis:
De Soay schapen hebben hun naam te danken aan het eiland Soay dat in de Atlantische Oceaan op 160 km van de Schotse kust is gelegen. Het Soay schaap kwam in de middeleeuwen al voor. Door de geïsoleerde ligging van het eiland is het oorspronkelijke ras bewaard gebleven.                  

 Uiterlijke kenmerken en eigenschappen: De Soay is een makkelijk te houden schaap dat nog zeer dicht bij de natuur staat. Het is een zeer sober enigszins wild ras dat makkelijk op ruig terrein gehouden kan worden. De kleur is meestal bruin. De onderkaken, de hals, de borst, de buik en het achterwerk zijn lichter gekleurd. Zowel de rammen als de meeste ooien hebben hoorns. De hoorns van de rammen zijn gedraaid. Omdat de vacht in de maanden mei en juni vanzelf uitvalt hoeven ze niet geschoren te worden.   De ooien lammeren makkelijk.

 

De Swifter


Geschiedenis:
De Swifter is een jong schapenras dat speciaal door de Landbouwuniversiteit in Wageningen voor de Nederlandse markt werd ontwikkeld.

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen:

De Swifter is een dier met een goed karakter. Ze zijn rustig en gemakkelijk in de omgang. De Swifter is ontstaan uit een kruising tussen de Texelaar en de Vlaming. Door deze kruising werden de productieve eigenschappen van beide rassen verenigd in de Swifter. Deze eigenschappen bestaan er onder andere uit dat de Swifter een lang bronstseizoen kent, en een hoge vruchtbaarheid heeft

 

Texelaar (blauwe Texelaar)


Geschiedenis:
De Texelaar is het meest bekende schaap van Nederland. Het is aan het begin van de vorige eeuw ontstaan uit kruisingen van Nederlandse polderschapen met Engelse rassen.

Uiterlijke kenmerken en eigenschappen:  De Texelaar is een groot, snelgroeiend en wolrijk schaap. Het staat met name bekend om zijn uitstekende vleeskwaliteit , waardoor hij steeds populairder is geworden bij de professionele schapenhouderij. Een ooi werpt gemiddeld 2 lammeren per worp. De Blauwe Texelaar is een kleurvariant op de witte Texelaar. Door de blauwe kleur is de wol populair.

 

 

 





Copyright 2003 Castle Dierenverblijven.- Tel 0548 540903 - Email info@dierenverblijven.nl - Disclaimer

kippenhok
konijnenhok
hondenhok
kippenhok
dierenverblijven